Het Coalitieakkoord van VVD, D66, ChristenUnie en CDA is afgelopen dinsdag, 15 december, gepresenteerd. Met de veelbelovende naam ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’, wat de suggestie wekt te refereren aan een sterke inzet op duurzaamheid, begonnen wij aan dit langverwachte akkoord. Als je het hebt over vooruitkijken naar de toekomst, dan denken wij direct aan investeren in de vormgevers van die toekomst en specifiek: het onderwijs. Echter, zoals Giuseppe van der Helm, directeur van coöperatie Leren voor Morgen, zei ‘Het woord ‘’duurzaamheid’’ wordt nauwelijks genoemd in het coalitieakkoord en zeker niet in combinatie met onderwijs’. In het vorige regeerakkoord - overeengekomen door dezelfde vier partijen - kwam het woord ‘duurzaamheid’ zelfs vaker voor. ‘Toch zien we lichtpuntjes in de aandacht voor burgerschap en de kwaliteit van het onderwijs evenals de zeggenschap van leraren en schoolleiders’ (Giuseppe). 

In het akkoord wordt erkend dat klimaatverandering de grootste uitdaging voor onze generatie is, met een belofte om Nederland klimaatneutraal, fossielvrij en circulair te maken; zich te committeren aan de klimaatdoelstellingen; biodiversiteit te versterken; en te zorgen dat iedereen kan bijdragen aan een duurzame wereld waarin de vervuiler betaalt. 

Ondanks het positieve perspectief en de commiterings- en concretiseringsslagen van het klimaatvraagstuk, blijven we wat betreft duurzaam onderwijs en de belangrijke plek daarvoor in de transitie naar een circulaire wereld achter met een aantal onbeantwoorde vragen over dit akkoord. In dit artikel nemen wij je mee in de belangrijkste punten uit het coalitieakkoord voor duurzaam onderwijs. 

 

Belangrijke punten voor duurzaam onderwijs op een rij

Een klimaatminister - Er komt een minister voor Klimaat en Energie die de regie voert over het beleid en het klimaatfonds, met een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad die het beleid adviseert en beoordeelt. Ook worden burgers actief betrokken bij de uitvoering van dit beleid, onder andere door een generatietoets in te voeren. Daarmee krijgt het klimaatvraagstuk en de circulaire transitie meer toegewijde aandacht. Een verschuiving in ministeries betekent echter ook een verschuiving in verantwoordelijkheden per portefeuille, waarbij het belangrijk is integraliteit tussen onderwerpen te borgen en in overdrachten zorg te dragen voor een goede transitie. In welke mate en hoe dit wordt gedaan, wordt nog niet duidelijk.  

Meer maatwerk - Ook komt er meer ruimte voor ‘maatwerk diploma's’ (p.20), wat betekent dat er meer focus komt te liggen op de verschillende behoeften van leerlingen. De maatschappelijke diensttijd (MDT), die wordt uitgebouwd, is daar een onderdeel van. MDT houdt in dat jongeren tussen de 14 en 27 zich vrijwillig inzetten voor een ander. Wij zien hierin een kans voor leerlingen zich bewust te worden van de uitdagingen in de samenleving en van hun eigen mogelijkheid een bijdrage te leveren aan een oplossing. MDT volbrengen kan onder andere bij maatschappelijke projecten op het gebied van zorg, welzijn, veiligheid, sport, natuur en klimaat. 

Rechtstreekse investeringen - In het akkoord staat dat scholen in positie worden gebracht door ‘investeringen zoveel mogelijk rechtstreeks naar de klas te laten gaan, volgens de systematiek van de werkdrukmiddelen’. Scholen moeten zich volgens dit het coalitieakkoord meer verantwoorden over de inzet en effectiviteit van de middelen, zonder de administratieve lastendruk te verhogen. Daarbij wordt ‘de zeggenschap van schoolleiders en leraren evenals de betrokkenheid en inspraak van ouders en leerlingen’ (p.19) vergroot. 

Meer zeggenschap is goed nieuws voor duurzaam onderwijs, omdat het de bevlogen docenten zijn die al tientallen jaren hun leerlingen bewust maken van (het belang en de inhoud van) duurzame ontwikkeling. Om dit te doen hebben docenten echter wel de ruimte (tijd en geld) nodig. We hopen dat de legitimering van die inzet van middelen (door scholen en docenten) volgt uit de nieuwe leerdoelen voor het po en vo. Deze zijn inmiddels al een generatie lang niet aangepast, en we verwachten ook dat in de nieuwe leerdoelen veel aandacht is voor duurzaamheid. De grote transities van onze tijd bepalen immers voor een groot deel de toekomst van leerlingen. 

Verbeteren onderwijskwaliteit - In het akkoord ligt veel nadruk op het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs, waarvoor 1 miljard per jaar staat begroot. Burgerschap vormt een integraal onderdeel daarvan. Wat burgerschap precies betekent wordt echter niet gedefinieerd in het akkoord. Door de coalitie wordt middels een zogenoemd Masterplan ingezet op versterking van de onderwijskwaliteit door middel van (financiële) sturing op zichtbare verbeteringen op het gebied van onderwijskwaliteit in het algemeen en de basisvaardigheden in het bijzonder. Ook wordt ingezet op ‘de versterking van de kwaliteit van lerarenopleidingen’ (p.20), door meer aandacht te creëren voor thema’s als effectieve vakdidactiek, specialisatie in het jonge of oudere kind, digitale vaardigheden en passend onderwijs. Onze vraag blijft: Hoe kun je de kwaliteit van het onderwijs en lerarenopleidingen versterken zonder te hiernaar te kijken vanuit een toekomstbestendig en dus duurzaam perspectief? 

In de uitvoering van het masterplan hopen we ‘dat er voldoende aandacht komt voor de grote transities in de samenleving (klimaat, circulariteit en inclusiviteit) en een geïntegreerde aanpak daarvan in het onderwijs. Daarmee bedoel ik volgens de Whole School Approach (WSA), waarbij curriculum en didactiek worden gekoppeld aan de opleiding van docenten, de omgeving en de eigen bedrijfsvoering van scholen, ook en vooral in het funderend onderwijs/ po en vo’ aldus Giuseppe van der Helm. Ook is van belang dat de Sustainable Development Goals integraal onderdeel worden van het onderwijs en lerarenopleidingen, omdat deze werelddoelen de toekomst van onze kinderen bepalen. En zonder onderwijs hierover is het niet mogelijk deze doelen te realiseren. 

De transitie naar een circulaire wereld vraagt een veranderende rol van docenten, waarover niet veel beschreven staat in het akkoord hoewel hetwel belangrijk is voor het borgen van onderwijskwaliteit. Als we de leerling meer centraal stellen, vraagt dit van docenten bijvoorbeeld een meer coachende rol. Wordt deze veranderende rol - en wat docenten en leerlingen hierin nodig hebben - meegenomen in de uitwerking van dit masterplan? Daarnaast: om te garanderen dat duurzaamheid in het onderwijs wordt geïntegreerd en continue ontwikkeling van de kwaliteit van onderwijs wordt geborgd, is het ook van belang dat de onderwijsinspectie de uitvoering van het beleid rondom duurzaamheid controleert, wat op dit moment niet het geval is. Kortom, mooi dat er een focus is op het verbeteren van de onderwijskwaliteit, maar hopelijk komt  er in de uitwerking genoeg aandacht voor een duurzame en toekomstbestendige invulling . 

Verlagen van de werkdruk - In het akkoord is te lezen dat ook wordt geïnvesteerd in het verlagen van de werkdruk. Met deze investering kunnen scholen bijvoorbeeld klassen verkleinen of meer docenten en begeleiders voor de klas zetten. Het nieuwe kabinet wil digitale hulpmiddelen faciliteren om zo de werkdruk te verminderen en tegelijkertijd de onderwijskwaliteit te verbeteren. Daarbij wel de vraag: Hoe kunnen alle genoemde taken om de kwaliteit te borgen erbij komen en kan tegelijkertijd de werkdruk afnemen?  

Voldoende vakmensen - In het akkoord staat ook genoemd dat ‘het hebben van voldoende vakmensen een voorwaarde is voor een ambitieus klimaatbeleid’ (p.7). De coalitiewil met onderwijsinstellingen kijken hoe ze vakmensen kunnen opleiden en om kunnen scholen. In de plannen over onderwijs zien we hiervan echter geen concrete ontwikkelingen terug, waardoor de vraag hoe dat gebeurt onbeantwoord blijft. Daarbij wordt weinig aandacht besteed aan de rol van het funderend onderwijs om leerlingen al op jonge leeftijd bewust te maken van de uitdagingen op onze planeet en van hun eigen bijdrage aan oplossingen. 

Gelijke kansen - Iedereen in Nederland verdient een goed bestaan en moet mee kunnen doen. Dat begint bij het bieden van dezelfde kansen aan alle kinderen, jongeren en studenten om zich te ontwikkelen en te ontplooien. Daarom willen de vier coalitiepartijen de onderwijskwaliteit versterken ‘om de basis op orde te krijgen zodat elk kind leert lezen, schrijven en rekenen en goed wordt onderwezen in burgerschap’ (p19). Om dit te bewerkstelligen wordt geïnvesteerd in goede leraren en schoolleiders, wat in het eerder genoemde masterplan is opgenomen. We zijn benieuwd naar hoe dit wordt uitgewerkt. 

Nul onnodige thuiszitters - ‘We brengen het aantal onnodige thuiszitter terug naar nul.’ In 2020 zaten rond de 2400 leerlingen thuis die daarmee ook geen onderwijsaanbod kregen. De nieuwe coalitiewil dit terugbrengen door: ‘Elk kind een vorm van onderwijs te geven, onder meer door het vormgeven van een Digitale School’ (pg 20). Hoe deze Digitale School er in de praktijk uitziet is onduidelijk.     

Dichten van de salariskloof po/vo - Het coalitieakkoord biedt perspectief voor schoolleiders door het dichten van de salariskloof tussen po en vo, wat belangrijk is voor de waardering van al deze docenten die een cruciale bijdrage leveren aan de ontwikkeling van jongeren. Zij borgen de onderwijskwaliteit-en continuïteit. Het aantrekken en behouden van goede docenten is daarnaast belangrijk in het structureel aanpakken van kansenongelijkheid, het verder ontwikkelen en innoveren van onderwijs en het omgaan met de huidige onderwijsvertragingen die door Corona zijn ontstaan. 

Terugkeer basisbeurs voor studenten - De grootste verandering voor studenten is ongetwijfeld de terugkomst van de basisbeurs. ‘We willen dat iedereen in staat is om te kunnen studeren, ongeacht het inkomen van de ouders. We voeren daarom per studiejaar 2023/2024 een basisbeurs voor alle studenten in en een inkomensafhankelijke aanvullende beurs.’ (p21). Studenten die in de afgelopen periode  gebruik hebben gemaakt van het leenstelsel, ontvangen een korting op hun studieschuld of een studievoucher. hiervoor wordt in totaal 1 miljard extra uitgetrokken. Volgens de organisatoren van de petitie “Niet mijn schuld”, die zich hard maakten voor het einde  aan het leenstelsel, is 1 miljard niet voldoende. Daarom organiseren zij op 5 februari een compensatie protest. 

Ondanks het feit dat veel vragen onbeantwoord blijven, bieden bovenstaande punten nieuwe kansen. Dat duurzaam onderwijs niet als zodanig wordt genoemd, is een gemiste kans. Toch zien wij dat  bovengenoemde punten wel ruimte en perspectief geven om vanuit duurzaam onderwijs invulling te geven aan de coalitieplannen en de onbeantwoorde ‘hoe’ vragen in te vullen. Het komt nu aan op de uitvoering van het coalitieakkoord.

Bron: Coalitieakkoord